This post is also available in: English (Engels)

Een algemene uitleg voor de problemen in Nederland

De wet:

In het Besluit’ houders van dieren’ staat  :

‘Artikel 3.4. Fokken met gezelschapsdieren

1.

Het is verboden te fokken met gezelschapsdieren op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen wordt benadeeld.

2.

In ieder geval wordt bij het fokken, bedoeld in het eerste lid, voor zover mogelijk voorkomen dat:

a. ernstige erfelijke afwijkingen en ziekten worden doorgegeven aan of kunnen ontstaan bij nakomelingen;

b. uiterlijke kenmerken worden doorgegeven aan of kunnen ontstaan bij nakomelingen die schadelijke gevolgen hebben voor welzijn of gezondheid van de dieren;’

Bij het aanklagen van een kortsnuitfokker op basis van de hierboven genoemde wet door de activistische groep ‘Dier&Recht’ vingen zij  bot bij de rechter omdat deze niet kon beoordelen wat een ernstige erfelijke afwijking was.

De activistische groep ‘Dier & Recht’ gesteund door een parlementaire splinterpartij eisten van de minister van LNV criteria waar de dieren aan moesten voldoen.  De opdracht om deze criteria in te vullen werd aan de Universiteit van Utrecht afdeling diergeneeskunde gegeven. De enige Universitaire afdeling diergeneeskunde die Nederland rijk is en die nauwe banden heeft met de kruisingfokkersbeweging zoals uit hun presentaties is af te lezen.

De handhavingscriteria:

De afdeling schreef in 2018 als eerste handhavingscriteria voor kortsnuitige honden.

Deze handhavingscriteria verbieden in principe het fokken met honden waarvan de neus een CFR(*) < 0,5 heeft.  Voor de honden met een neus van 0,3 < CFR < 0,5 echter geven ze  een overgangstermijn om te komen tot een CFR > 0,5. Honden met een CFR < 0,3  kregen per direct (maart 2019) een fokverbod.

De Universiteit van Utrecht heeft deze criteria gebaseerd op selectief shoppen in de literatuur hieromtrent echter heeft zelf geen onderzoek gedaan. Selectief omdat zij bepalende informatie uit de bestudeerde studies heeft achter gehouden. De criteria betreffende snuitlengte zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de Packerstudie uit 2015/17. Immers de universiteit had van de minister te horen gekregen met een eenvoudig en eenduidig handhavingscriterium te moeten komen. BOAS (bovenste luchtweg) en BOS (oogaandoening) zijn de ziektes die in deze literatuur worden gekoppeld aan de korte snuit.  Desondanks wordt door dezelfde onderzoeker beweerd dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs voor is, er is slechts een korrelatie ? Opmerkelijk is dat in de literatuur er slecht 3 kortsnuitige rassen serieus bestudeerd zijn terwijl er 12 nu verboden zijn. Opmerkelijk is ook dat uit incidentiegegevens uit Zweden af valt te lezen dat op de ranglijst van problemen aan de bovenste luchtwegen (waar boas onder valt) 8 langsnuitige rassen aan te treffen zijn en 6 kortsnuitigen en dat de overige kortsnuitige rassen niet in de gevarenzone vallen. 6 kortsnuitige rassen hebben niet bovengemiddeld last van de bovenste luchtwegen waar BOAS onder valt. Desondanks is geen enkele incidentiestudie verwerkt in de studie van de Universiteit van Utrecht die geleid heeft tot de handhavingscriteria. De incidentiestudie die volgens dezelfde wetenschappers in Utrecht er bepalend voor is of een ‘schadelijk uiterlijk’ kenmerkt als zodanig aangemerkt kan worden. Desondanks zijn de handhavingscriteria zonder enige praktijkdata in werking getreden.

Het overleg met getroffen rasverenigingen en de Raad van Beheer

 Het ministerie heeft de Raad van Beheer in 2018 tweemaal uitgenodigd om een gesprek aan te gaan met de Universiteit van Utrecht afdeling diergeneeskunde die bezig waren met de ontwikkeling van deze criteria. De Raad van Beheer heeft deze gesprekken afgewezen en wilde wachten op de concept versie van de handhavingscriteria om alsdan haar mening hierover te geven.

De minister echter heeft verder geen concept van de handhavingscriteria naar de Raad van Beheer gestuurd maar toen deze gereed waren direct aan het parlement gepresenteerd en in werking laten treden.

De verraste Raad van Beheer wilde verschillende keren een gesprek met de minister  hetgeen werd afgewezen, nu van de kant van de minister. 

De raad van beheer wilde een alternatief voorstel aanbieden ter vervanging van de handhavingscriteria. Deze fokbegeleidingsplannen moesten voor de 12 in eerste instantie getroffen rassen de CFR < 0,3 regel vervangen en werden aan de minister aangeboden en dat zonder overleg met de fokkers.  De besturen van de rasverenigingen kregen dit fokbegeleidingsplan kort voor de indieningsdatum 1 augustus 2019 te zien met een verbod dit te communiceren met hun achterban. Ze konden tekenen bij het kruisje.

De handhaving

Tussen 1 augustus 2019 en mei 2020 werden hoofdzakelijk stamboomfokkers (hobbyfokkers)  van de getroffen rassen  bezocht door de NVWA, de handhavers van de wet, en dat met de criteria in de hand. Was een hond door de dierenarts gezond verklaard kreeg het toch een verbod te fokken wegens de neus die te kort was. De fokkers kregen de waarschuwing niet te mogen fokken met de aangetroffen honden anders zou een boete volgen. In kamervragen waarom de broodfokkers niet bezocht waren antwoordde de minister min of meer dat ze hun ‘adressen niet konden vinden’. Dit ter bescherming van de NVWA handhavers die door broodfokkers op een niet zo vriendelijk ontvangst hoefden te rekenen als bij de hobbyfokkers.  Dit zou conform eerdere ervaringen tot veel ontslag nemende dierenartsen kunnen leiden.

De stambomenkwestie

Ondanks het feit dat je niet met kortsnuiten meer mag fokken accepteert de minister dat als één van de fokhonden wel een snuit heeft die een CFR>0,3 er wel mee gefokt mag worden.  Dit fenomeen komt binnen de 12 getroffen rashonden zo goed als niet voor hetgeen voor iedereen die iets weet van rashonden duidelijk is. Er wordt dus hier duidelijk gezinspeeld op kruisingen.  De gedachte hierachter is dat men dan wel werkt naar een langere snuit.

Een zeer discutabele stelling. Deze impliceert  dat men wel honden accepteert die door middel van kruisingen komen tot een langere neus. Echter het omgekeerde is even goed ook mogelijk. Als men er van uit gaat dat de korte snuit automatisch impliceert (en dat doen de handhavingscriteria in principe) dat de hond BOAS of BOS heeft injecteert men de langsnuitige hond met deze ongezonde genen. Kortom men maakt ‘gezonde’ rassen ’ongezond’.  Na de afwijzing van het door de raad van Beheer voorgestelde fokbegeleidingsplan  –en dat zonder inhoudelijke behandeling er van-  door de minister in mei 2020 stelt de Raad van Beheer dat geen  stamboominschrijvingen meer te doen van deze 12 rassen. Wel stellen zij dat de voorgestelde kruisingen opgenomen worden in een register dat na enkele generaties kan leiden tot inschrijving in het hoofdstamboek.

De verontwaardiging in de rashondenwereld.

Deze laatste uitspraak van de Raad van Beheer stelt in principe dat zij FCI geregistreerde stamboom honden niet meer registreert als ze afkomstig zijn van de 12 FCI rassen terwijl kruisingen t.b.v. een langere neus wel de kans lopen op den duur aangekeurd en ingeschreven te worden in het hoofdstamboek. Dit schiet de rashondenwereld in het verkeerde keelgat. Na bekendmaking hiervan krijgen na de oproep van de FCI de Nederlandse fokkers veel steunbetuigingen van rasclubs en kennelclubs van over de gehele wereld.  Ook de FCI maakt haar ongenoegen kenbaar. Het vertrouwen in de raad van beheer en haar stamboeken krijgt een zware dreun.

De verlammende organisatiestructuur in Nederland

Het probleem met de Raad van Beheer is dat deze een vereniging van verenigingen is en daardoor zoals een kruisingfokker het eens correct uitdrukte ‘het een oceaanstomer is in de Amsterdamse gracht is’.  De organisatiestructuur voorkomt ieder daadkrachtig ingrijpen. Ook meent de Raad van Beheer met haar onduidelijke en vage publicaties zand in de ogen van de fokkers te moeten strooien en heeft de toorn van fokkers over de gehele wereld over zich afgeroepen met haar beleid. Ook de Nederlandse rasclubs worden verlamd door onenigheid onderling. Bestuurders komen en gaan.  Iedere gemeenschapszin en saamhorigheid onder de clubs en Raad van Beheer is ver te zoeken hetgeen slagkracht onmogelijk maakt.  In die tussentijd is de activitische groep ‘Dier& Recht’ die nota bene zelf kruisingen op de markt brengt, zich aan het voorbereiden op de volgende stap, honden onder de 10kg, epilepsie, heupdisplasie en noem het maar op. Totdat er geen rashond meer over is. Dit destructieve beleid dient geen doel anders dan af te komen van ieder huisdier. Of het nu vee betreft of gezelschapsdieren.

Deze beweging dient nu en hier in Nederland gestopt te worden.

en de Stichting Ras en Recht

Om deze reden is via -de door de Raad van Beheer zwaar onderschatte-  social media een beweging ontstaan vanuit de fokkers. De fokkers waar de Raad van Beheer in principe haar bestaansrecht aan ontleend. Een beweging die terug te vinden is in een aantal nationale en internationale facebook groepen die tot doel hebben deze situatie in Nederland en de rest van de wereld  te bestrijden. De stichting ‘Ras en Recht’ is een stichting die gespeend is van ieder politiek uitgangspunt en buiten de gevestigde organisatiestructuren opereert, de organisatiestructuren die nu zo verlammend werken op de slagkracht die nodig is om de meer dan driehonderd rassen te doen overleven.

Stichting Ras en Recht

Ir. Edwin Meyer Viol

4 juni 2020

(*) CFR geeft te verhouding weer tussen hoofdlengte en neuslengte

Ban op de kortsnuitigen en hoe zijn we tot hier gekomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *