This post is also available in: English (Engels)

Kamervragen over de NVWA handhavers en ‘ingekleurde’ handhavingscriteria voor kortsnuitigen zorgen voor veel onrechtvaardigheidsgevoel bij hobbyfokkers van kortsnuitige hondenrassen.

De strenge handhavers van de NVWA, door de minister weggehaald uit de slachthuizen, moesten nu bij fokkers van kleine kortsnuitige hondjes een fokverbod af dwingen. Uiteraard niet bij de beroepsfokkers die voor hun fokschuren klaar staan voor een ‘warm’ onthaal van de handhavers. Dit ondanks kamervragen waarom deze fokkers niet worden aangepakt. De minister verschaft de angstige NVWA handhavers hun alibi.  Ze kunnen het ‘adres’ van deze fokkers niet vinden. Dan maar spierballentaal richting de makkelijk vindbare hobbyfokkers. Particulieren die af en toe een nestje rashondjes fokken en een verwaarloosbaar deel, misschien zo’n 10% van de honden leveren echter die 100% van de waarschuwingen mochten incasseren. Daar hoeven ze gelukkig niet bang te zijn voor een pak slaag maar worden ze vriendelijk met een kopje koffie ontvangen.

Bij het bezoek van de handhavers in november kreeg de fokster van de handhavers de complimenten over de van-gezondheid-blakende hondjes. Een half jaar later echter kreeg ze een brief met een strenge waarschuwing dat ze niet meer mocht fokken met haar rashondjes. De hondjes waren dan wel erg gezond maar het neusje was toch echt te kort. En ze had al 20 jaar gezonde hondjes gefokt met alle bijhorende gezondheidstesten die hiervoor nodig waren. Dat had ze toch gezegd aan de handhavers? Ze snapte er niks van.

Dit alles was te verwachten na het uit komen van de ‘handhavingscriteria voor kortsnuitigen’ die een groot aantal hondenrassen, ongeacht de gezondheid, uit sluit van het fokken. De Universiteit van Utrecht heeft immers bij het opstellen van haar ‘handhavingscriteria voor kortsnuitigen’ selectief uit de wetenschappelijke wereld van publicaties ‘geshopt’ om de snuitlengte als criterium voor de gezondheid te kunnen gebruiken. Iets waar ze de handhavers, zelfs met een ‘hema’ meetlint mee op pad kan sturen en waarvoor geen enkele kennis betreffende de gezondheid van de verschillende rassen noodzakelijk is. Iets wat immers vrij moeilijk is als je zo uit het slachthuis de hondenwereld in wordt geslingerd. De Universiteit van Utrecht heeft selectief ‘geshopt’ omdat ze de belangrijkste conclusies  van de Britse wetenschappers, waarop veel van de handhavingscriteria gebaseerd zijn, uit haar literatuuronderzoek heeft weggelaten namelijk dat ieder ras anders is en sterker nog dat iedere hond zelfs verschillend is. Er zijn meer dan 24 kortsnuitige rassen terwijl er maar enkele daadwerkelijk breed onderzocht zijn. Het criterium snuitlengte is door Utrecht fokuitsluitend gemaakt en geëxtrapoleerd over meer dan 20 andere, waaronder kerngezonde, rassen. Ook hebben dezelfde Britse wetenschappers de stelling gedeponeerd dat de markers van uiterlijke kenmerken, waaronder de korte snuit, verbinden met de ernst van de vermeende bijhorende ziektes teleurstellend zijn en hebben bij één kortsnuitras de snuitlengte wegens onbetrouwbaarheid ingeruild voor overgewicht. In hetzelfde onderzoek van waaruit Utrecht zijn snuitlengtecriterium destilleert staat zelfs dat er géén enkel wetenschappelijk bewijs is dat het directe verband tussen snuitlengte en BOAS aandoeningen aan toont ondanks het feit dat ze vaak gelijktijdig voor komen.

Ter verduidelijking de stelling dat ‘rijke mensen langer leven’. Een pakkende krantenkop die suggereert dat met geld een langer leven gekocht kan worden. De oorzaak van langer leven is echter niet het rijk zijn. Hoog opgeleide mensen gaan meestal bewuster om met voeding en beweging en worden daardoor ouder. Door hun hogere opleiding komen ze echter ook op hogere posities en verdienen meer geld.  Kortom ze treden wel gelijktijdig op maar het verband is niet causaal (oorzaak en gevolg). Dit verband is noodzakelijk om honden te kunnen af keuren op basis van de lengte van hun snuit. Anders lijkt het meer op het ‘profileren’ dat bij overheidsorganen zo langzamerhand gebruikelijk wordt en waar veel mensen de laatste tijd veel ellende van hebben ondervonden.

Het op uiterlijke kenmerken selecteren kennen we nog van opgepakte en afgemaakte Pittbullachtigen door de RAD wetgeving (2008). Het selecteren op uiterlijke kenmerken is ook hier uiteindelijk gesneuveld voor de rechter. Achteraf blijkt dat bijtincidenten (die geleid hebben tot een ziekenhuisbezoek) niet iets specifieks was voor Pittbulls maar twee keer zo veel veroorzaakt werd door Herdershonden.

Echter wie niet wil leren van de geschiedenis moet deze herbeleven.

De mail die de fokster na de waarschuwing ontving echter sloeg alles.  Ze kreeg een mail met een link naar een site van de NVWA met het verzoek een enquête in te vullen over de kwaliteit van de ‘dienstverlening’.

Het voelt aan alsof de beul tijdens het bevestigen van de elektrodes vriendelijk en gedienstig aan de terdoodveroordeelde vraagt of de elektrische stoel wel comfortabel zit. 

Edwin Meyer Viol

Stichting Ras en Recht

Eliminatie van kortsnuitige hondenrassen.
Getagd op:        

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *