This post is also available in: Nederlands (Dutch)

31 december 2020

Gegoochel met statistieken

In de 1e studie van Rowena Packer et al 2015 -waarop de CFR uit de Handhavingscriteria zijn gebaseerd- is uitgegaan van honden die reeds naar de ‘Royal Veterinairy College’ zijn doorverwezen. Een kliniek –Small Animal Referall Hospital (RVC ARH) met de beste chirurgen om problemen op te lossen. Vraag is of men hieruit een percentage kan destilleren van het aantal honden die klinisch BOAS hebben op de totale populatie. Immers gezonde honden komen hier sowieso niet terecht.

In de 2e studie werden honden gerekruteerd die niet doorverwezen waren echter aangedragen waren door fokkers, of na een eerste oordeel vanuit de dierenartspraktijk en ‘rescue centres’.

Echter als Packer dan 4 honden van een enkel ras test en er komt uit dat er 3 klinisch door BOAS zijn aangetast kunnen we dan stellen dat 75% van het ras zijn aangetast? Dit is geen leugen echter gegoochel met statistieken en heeft maar weinig met de werkelijke incidentie van BOAS te maken zoals ook later door Jane Ladlow en Liu in de Liu et al studie in 2017 is bevestigd.

Afgezien van gegoochel met statistieken spelen actiegroepen ook een grote rol in de perceptie van het belang van ziektes. Naar aanleiding van het BBC programma ‘pedigree dogs exposed’ werd de Cavalier King Charles Spaniël het boegbeeld van Syringomyelia, een zeldzame aandoening in het ruggenmerg. Overal zien we de media elkaar napraten over naar buiten uitpuilende hersenen.

Echter Brenda Bonnet heeft 12 jaar sterftecijfers, afkomstig van de Agria verzekerings databank, van de CKCS op een rij gezet en moeten constateren dat in Zweden in die periode 21 honden stierven aan Syringomyelia en welgeteld 1479 aan hartproblemen. Ook bij dierenarts bezoeken kwam Syringomyelia slechts op plaats 11 terwijl hartproblemen op plaats 3 kwam waarbij gesteld dient te worden dat hartproblemen bij de CKCS bijna 8 keer zo vaak voorkwamen dan bij de gemiddelde hond terwijl dat bij SM (neurological) slechts 2x zo vaak was. Vraag die dan rijst is welke ziekte men beter kan aanpakken?

Mediageniek

Probleem is vaak dat bepaalde aandoeningen ‘mediageniek’ zijn. Naar lucht happende honden, honden waarvan gesteld wordt dat de hersenpan te klein is voor de hersenen en aan epilepsie lijdende honden zijn gewoonweg ‘mediagenieker’ dan kanker of hartproblemen ook al zijn deze laatste problemen vele malen omvangrijker. Actiegroepen zijn gespecialiseerd in het gebruik en bespelen van de media waardoor een door hun aangekaart probleem tot een ‘maatschappelijk’ probleem verheven wordt.

Gebrek aan pro-activiteit

Door gebrek aan kennis en reactievermogen en het totaal ontbreken van pro-activiteit in de rashondenwereld komt de rashond in een veel kwader daglicht te staan dan op basis van de feiten noodzakelijk zou zijn.Kortom er is hier iets goed mis.Het valt niet te ontkennen dat deze ‘mediagenieke’ aandoeningen bestaan, kortom het is geen leugen, echter de impact die de actiegroepen veroorzaken is vele malen groter dan op basis van feiten noodzakelijk zou moeten zijn. De impact die bijvoorbeeld tot gevolg heeft gehad dat 30 kortsnuitrassen het fokken onmogelijk wordt gemaakt.

En Utrecht gaat door met het doodgeboren kindje

Ook de databank, te vullen door de dierenartsen, die de Faculteit Diergeneeskunde te Utrecht wil opstarten voor slechts 32 van de globaal 350 rassen lijkt nog steeds een doodgeboren kindje te worden. Men heeft immers hiermee nog steeds geen enkele grip op de incidentiegegevens omdat men alleen de zieke honden in beeld heeft. Ook heeft men geen grip op het onderscheid tussen rashonden en look-a-likes en in Nederland of in het buitenland gefokte honden.

Internationale samenwerking is noodzakelijk

Een intensieve samenwerking met andere landen is hierin de enige uitweg. Dit is geen probleem dat men in Nederland alleen kan oplossen. De genenpoel in Nederland is veel te klein en zelfs totaal afwezig binnen bepaalde kleinere rassen. De doodssteek voor de rashondenfokkerij is dan ook het praktisch sluiten van de grenzen voor rashonden door te eisen dat buitenlandse honden op de Nederlandse wijze getest moeten worden. Juist de afwezigheid van incidentiegegevens in Nederland en de kleine genenpoel maakt het dat samenwerking met andere landen noodzakelijk is.

En als Utrecht dit niet op pakt zou de Raad van Beheer hierin het voortouw moeten nemen en een proactieve houding hierin moeten aannemen.Een van de eerste acties hierin zou de bestudering van de Zweedse Agria verzekeringsgegevens moeten vormen. De kortsnuitrassen zijn de uitdaging aangegaan en hebben met de verkiezing van nieuwe bestuursleden het zelfvertrouwen weer een boost gegeven. Echter de reactive houding dient omgevormd te worden in een pro-actieve houding. Al was het maar alleen om bij de volgende ‘aanslag’ van Dier en Recht vooraf een antwoord klaar te kunnen hebben.

De Agria databank

De Agria gegevens hebben in Zweden een zeer stabiele basis om incidentiegegevens over de verschillende rashonden te verkrijgen. In Zweden heeft de verzekering een lange historie en zijn 80% van de honden verzekerd. Ook is 80% van de honden rashond in Zweden. Agria heeft als marktleider 52% van de honden verzekerd oftewel 370.000 verzekerde honden waarvan 80% rashond is oftewel 296.000 rashonden. Uitgaande van 350 rassen is dit een gemiddelde van zo’n 850 honden per ras. Deze getallen zijn niet absoluut en zijn uiteraard ieder jaar weer anders echter dienen een beeld te geven van het grote belang van de Agria data base. In een eerder betoog hebben wij reeds aangegeven dat op basis van de FCI gegevens in Zweden een aantal kleinere rassen hier aanzienlijk populairder zijn dan in Nederland en dat Zweden in absolute getallen meer rashonden heeft dan Nederland. Kortom deze gegevens zouden een serieuze bijdrage kunnen leveren aan een correct beeld van onze rashonden.

Wat is een raskenmerk dat schadelijk is volgens faculteit Diergeneeskunde

In 2016 heeft de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht immers nog breed verkondigd:

‘Een raskenmerk is schadelijk als het betreffende dier bij een dierenarts wordt aangeboden om (de gevolgen van) het kenmerk geheel of gedeeltelijk op te heffen teneinde klinische problemen te voorkomen of herstellen. Als een raskenmerk schadelijk wordt, zal dit dus leiden tot consultatie van de dierenarts.’ Kortom de Agria data base sluit naadloos aan op deze definitie.

En dan de kortpotige Teckel? Afwachten of pro-actief zijn?

Willen we voorkomen dat bijvoorbeeld de Teckel met zijn korte pootjes het volgende ‘slachtoffer’ wordt van de actiegroepen dan zouden we hierop kunnen anticiperen met de gegevens die bekend zijn over de Teckel. De gegevens van de Teckel worden bij Agria naast het gemiddelde van de honden -inclusief de 20% kruisingen die verzekerd zijn- geplaatst zodat een goede vergelijking mogelijk is.

Als eerste zien we bij de ‘mortality’ gegevens dat de Teckel een totaal sterftecijfer (binnen de 10 jaar) heeft dat op 80% van de rest van de verzekerde honden ligt. We zien dat 0,4% van het gemiddelde van alle honden aan problemen aan spieren, botten en gewrichten sterft – de grote klacht bij de lange rug en korte poten- terwijl dit bij de Teckel 0,49% is. Wel zien we dat Teckels 2x zo vaak sterven (0,48%) door ongelukken echter dit is moeilijk als erfelijke aandoening weg te zetten. We zien ook dat van de gemiddelde hond 0,48% sterft aan kanker terwijl bij de Teckel dit getal op 0,18% blijft steken. Ook hebben de Teckels ongeveer 65% minder honden die aan neurologische problemen lijden dan de gemiddelde hond (0,17%). Hetzelfde beeld zien we bij nierproblemen.

Veelal wordt door de deskundigen echter de doodsoorzaak en de leeftijd waarop honden overlijden niet van belang geacht voor het welzijn van de hond. Om over het welzijn van de Teckel iets meer te kunnen zeggen moeten we dus volgens de deskundigen naar de ‘morbidity’ gegevens kijken oftewel het aantal dierenartsbezoeken van deze rashond. Geheel in de lijn van de Faculteit Diergeneeskunde.

Ook deze blijft op 92% van de gemiddelde hond (dus inclusief 20% kruisingen) steken. Van de 24 door de verzekering geregistreerde hoofdgroepen blijken er slechts 3 groepen iets ongunstiger uit te pakken voor de Teckel. Dit zijn problemen aan het hart, voortplanting en ‘respatory lower’ problemen. Bij de 7 meest voorkomende grotere ziektegroepen echter scoort de Teckel beter –soms aanzienlijk- dan de gemiddelde hond. Vooral bij de problemen aan spieren, gewrichten en botten (Locomotor) is het opmerkelijk te moeten constateren dat de Teckel er gunstiger vanaf komt dan het gemiddelde van de honden.

Kortom als men de kortpotige Teckel wil stigmatiseren als ongezonde hond dan wordt het tijd dat de betreffende rasvereniging en de Raad van Beheer hier de actiegroep echter ook de NVWA voor is.

Beter is het om pro-actief hierop te anticiperen om de Teckel uit de gevarenzone te halen en/of te houden. En dit is maar een enkel voorbeeld om moed uit te putten om het zelfvertrouwen van rashondenfokkers en hun verenigingen alsook het nieuwe bestuur van de Raad van Beheer een hart onder de riem te steken en het komende jaar met aanzienlijk meer zelfvertrouwen en een pro-actieve houding uit de hoek te laten komen.

Daarom wenst Ras en Recht alle fokkers en bijhorende verenigingen een voorspoedig en pro-actief 2021

Namens Ras en Recht

Edwin Meyer Viol

Voor een pro-actieve houding in 2021.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *