This post is also available in: English (Engels)

door Edwin Meyer Viol 2 november 2020

Opmerkelijk is hoe in de verschillende landen omgegaan wordt met de Brachycefale rassen. De meeste landen bewegen nog in zijn geheel niet. Echter in de ‘zo genaamd’ hoog ontwikkelde landen van Europa wordt gereageerd, …….maar wel nogal verschillend.

Het is interessant te zien hoe in het Verenigd Koninkrijk en Nederland verschillend wordt gereageerd op deze rassen en de problematiek hieromtrent. In Groot Brittannië, land met een liberaal gedachtengoed, zien we de overheid op afstand blijven. Dit is verstandig want eigenlijk weten ze er niet veel van. Dit schijnbaar in tegenstelling tot het Calvinistische Nederland, nog steeds een land van dominees waar principes mede bepaald worden door de beurs.

In Groot Brittannië zien we dat de Kennelclub samen zit met de BOAS onderzoekster bij uitstek Jane Ladlow. Ook wel de nodige tijd nadat aan de bel is getrokken, maar oké, …..ze zijn nu op weg voorloper te worden in de reddingsprogramma’s voor kortsnuiten. De onderzoekster heeft in Cambridge lang onderzoek gedaan naar de drie extreme brachycefale rassen namelijk de Engelse Bulldog, uiteraard in Engeland gewoon Bulldog genoemd, de Franse Bulldog en de Mopshond. Rassen waarvan 50 % klinisch aangetast is door BOAS. Een uitdaging bij uitstek. Echter in dit land, dat de rashond een warm hart toe draagt, wordt de handschoen opgepakt en zijn deze rassen uitvoerig onderzocht en is een rasverbeteringsprogramma gestart. De Kennelclub werkt hierbij samen met de Universiteit van Cambridge als gevolg waarvan Jane Ladlow haar werk gaat voortzetten met het onderzoeken van 13 andere kortsnuitrassen. Interessant is haar keuze van deze 13 rassen. Een mooi en vooral divers pakket aan rassen waarmee men naar het lijkt een breder resultaat wil boeken dan het eerste onderzoek . Immers we vinden tussen de 13 rassen de Affenpinschers en Griffons. Rassen waar ze zelf al van gezegd heeft dat er zelden klinische gevallen tussen worden aangetroffen. Deze rassen zijn in aantal klein en nauwelijks het onderzoeken waard. Deze rassen zitten er echter misschien bij omdat juist deze rassen zouden kunnen verklaren wat de oorzaak is van BOAS door de afwezigheid er van. Immers we zouden kunnen vergeten dat zelfs in de zwaarst getroffen rassen naast de 50% klinische honden de andere helft dus niet klinisch is. Ook zien we een groot ras – de Dogue de Bordeaux- en een klein ras – de Chihuahua- naast elkaar en rassen die misschien wel dichter bij de drie eerder onderzochte rassen staan. Een mooie doorsnede van de brachycefale rassen. Opmerkelijk is ook dat zij bijvoorbeeld SM/CM meeneemt om te onderzoeken. Kortom een bredere insteek dan het eerste onderzoek. De Britse Kennelclub heeft al om te beginnen 269.000 pond -zo’n kleine 300.000 euro- ter beschikking gesteld voor dit onderzoek.

Dit staat in schril contrast met het calvinistische Nederland. Een land waar de liefde voor de rashond blijkbaar afhankelijk is van de beurs. In Nederland hebben ze – de WOB gegevens bestuderend- misschien wel langer gemaild over de opzet en kosten van het onderzoek voor de Handhavingscriteria dan dat het onderzoek daadwerkelijk zelf heeft geduurd. Uiteindelijk laat de Minister in drie FTE maanden een onderzoek doen ten behoeve van het opstellen van criteria door Diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht. Een onderzoek dat eigenlijk zelfs in drie dagen geschreven had kunnen worden. Immers de CFR, een uiterlijk kenmerk is als fokuitsluitend criterium gebruikt. Met een CFR < 0,3 mag niet gefokt worden. De rest van de criteria zijn voor deze rassen garnering, zinloos en tijd- en geldverspilling. Deze CFR kennis is gehaald uit de studie van Rowena Packer, ook uit Groot Brittanië (Londen). Zij meldt trots dat zij als eerste de CFR ras overstijgend in verband brengt met BOAS. Ze is ook de laatste gebleven nadat deze studie enige tijd er na overschaduwd werd door de studie van Jane Ladlow die de CFR van Packer wetenschappelijk de geschiedenis in heeft geschreven. Packer is erna, misschien wel uit frustratie, een onderzoek begonnen naar de oorzaak van de populariteit van deze rassen. Kijken of ze daar iets aan kon doen misschien? Dit hebben ze in Utrecht schijnbaar allemaal niet meer meegekregen. En dat terwijl de studie van Jane Ladlow wel op hun literatuurlijstje stond. Het is niet erg als wetenschappers het eens een keer bij het verkeerde eind hebben. Dat gebeurd immers geregeld. Echter om wetgeving op een enkel rapport te bouwen dat ook nog eens – populair gezegd- onderuit is gehaald gaat een stap te ver en ruikt naar een andere agenda dan de rasverbetering waar de Minister met haar kruisingen later naar refereert. Misschien wel de agenda van Dier&Recht en de partij voor de dieren die van de rashond af willen. Echter als we politiek en wetenschap in dit land door elkaar gaan husselen en dat onder voorwaarde dat het niks mag kosten krijgen we rokende puinhopen. Dit is wat zich nu in dit land af speelt en het geeft een doorkijk naar de toekomst als we er niet met zijn allen aan de kar trekken om het tij te keren.

Een opinie over het verschil tussen Groot Brittannië en Nederland !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *