This post is also available in: English (Engels)

13 Januari 2021

Belofte maakt schuld

Na de introductie van de handhavingscriteria voor kortsnuiten door het ministerie LNV in maart 2019 en de brief van de minister in april 2020 om kruisingen met kortsnuitrassen als nog wel toe te staan, heeft in mei 2020 de Raad van Beheer besloten pups uit de kortsnuitrassen geen stambomen meer te verlenen. En dat zonder enig overleg met de betreffende rasverenigingen. Dit was de druppel die de emmer deed overlopen in een tot op het bot verdeelde wereld tussen rashondenfokkers en kruisingfokkers en dat binnen de wereld van de rashondenvereniging wat de Raad van Beheer in principe was en misschien nog is?

Nadat de rasverenigingen van de kortsnuiten een ultimatum hadden gesteld werd een overleg opgestart tussen rasverenigingen en de Raad van Beheer met als einddoel de stambomen weer te gaan verstrekken. De feitelijke tegenstelling van het fokken van wilde kruisingen binnen een rasvereniging om aan ‘rasverbetering’ (lees snuitverlenging) te doen maar in feite de rashond hiermee te vernietigen, werd in dit overleg pijnlijk blootgelegd. Immers de door de minister vereiste verlenging van de neus binnen één generatie vereiste kruisingen. Na een uitermate moeizaam verloop van het overleg en na het vrij komen van een aantal bestuurszetels in de Raad van Beheer in November 2020, hebben zich uit dit overleg drie kandidaat-bestuursleden, afkomstig uit de besturen van de kortsnuitrasverenigingen, aangemeld voor het pluche in de bestuurskamer van de Raad van Beheer.

Het belangrijkste argument voor de kandidaatstelling was hierbij dat men vanuit het bestuur van de Raad van Beheer de teruggave van deze stamboomuitgifte beter kon regelen.

Het hierdoor geschrokken zittende bestuur van Raad van Beheer trommelde In allerijl haar gunstig gezinde tegenkandidaten op.

Er was nu iets te kiezen!

De drie kandidaat leden uit de kringen van de kortsnuitrasverenigingen zijn echter met een overweldigende meerderheid verkozen waarna de resterende zittende bestuursleden dit hebben opgevat als een afkeuring van het door hun gevoerde beleid en alsnog zijn afgetreden. De vertrekkende bestuursleden zijn hierop zonder portefeuilleoverdracht met de noorderzon vertrokken.

Vraag is nu ook hoe de medewerkers van het bestuursbureau van de Raad van Beheer zich opstellen tegenover hun nieuwe bestuur en andersom? Medewerkers die eigenlijk jarenlang een gedachtengoed uit hebben gedragen dat diametraal staat tegenover het gedachtengoed van het nieuwe bestuur? Kunnen deze medewerkers van de ene op de andere dag een nieuwe heer met een andere opvatting dienen of zullen de medewerkers proberen het nieuwe bestuur meer richting het beleid van het oude bestuur te doen bewegen en wordt doorgegaan op de door het oude bestuur ingeslagen weg ? Een brandende vraag die door de stilte wordt gevoed.

En wat nu met de stambomen ?

De grote vraag is nu echter hoe de fris verkozen bestuursleden de stambomen weer denken terug te gaan geven aan de getroffen kortsnuitfokkers. En dit nu de weerstand binnen de Raad van Beheer zelf verdwenen zou moeten zijn? Immers de kortsnuitfokkers wachten vol ongeduld op het wederom verlenen van die stambomen. Of ligt het misschien nu niet meer zo eenvoudig?

Ook dit nieuwe bestuur zal immers moeten ervaren dat ze niet in een vacuüm opereren en zorgvuldig dienen te manoeuvreren tussen Dier&Recht, het ministerie van LNV, Diergeneeskunde van de Universiteit, de beroepsorganisatie van dierenartsen KNMvD en ‘at last but not at least’ het overlegorgaan ‘fairdog’ waar deze organisaties min of meer zo goed als allen in vertegenwoordigd zijn.

We kunnen in ieder geval stellen dat de handhavingscriteria met het kiezen van een nieuw bestuur nog niet verdwenen zijn en dit ongeacht de uitgifte van stambomen of niet.

Als men de minister wil overtuigen de handhavingscriteria aan te passen en dat na de verschillende weigeringen op voorstellen vanuit de Raad van Beheer hierin, moet men van goede huize komen enmet een goed voorstel komen om de minister alsnog overstag te laten gaan.

Het manco van de handhavingscriteria

De grote manco van de handhavingscriteria voor kortsnuiten is echter dat, ondanks het toesturen van deze criteria aan verschillende ‘bevriende naties’ het nog de vraag is of andere landen ook globaal zo’n 30 kortsnuitrassen nu en in de toekomst het fokken willen verbieden gewoonweg omdat ze een korte snuit hebben. En dat zelfs zonder inhoudelijk bekeken te hebben welke rassen het eigenlijk allemaal betreft.

Een tweede vraag die gesteld kan worden is of er betreffende de Nederlandse handhavingscriteria enig overleg of enige coördinatie is geweest met andere landen alvorens ze in werking gesteld werden. Dit was misschien wel handig geweest om buitenlandse kritiek te voorkomen uit onder andere het Verenigd Koninkrijk waar men de Nederlandse handhavingscriteria wetenschappelijk niet gefundeerd vindt.

Neen dus,

Nederland is op de solotoer gegaan en hoopt, omdat het eerste land is dat zo extreem ver is gegaan, dat het fokken met alle globaal 30 kortsnuitrassen nu en in de toekomst overal verboden gaat worden. Een ijdele gedachte op basis van een stuk dat wetenschappelijk reeds stevig in twijfel is getrokken. Het ligt immers meer voor de hand per ras te kijken dan per snuitlengte zoals vanuit Cambridge valt te horen.

De Nederlandse houding echter gaat voorbij aan het feit dat Europa open grenzen kent. Alleen daarom al is een Europese aanpak doeltreffender. Allerlei moeilijke repressieve constructies en wetgevingen zullen per land verschillend uitpakken waardoor een stijging van de stroom aan buitenlandse slecht gefokte honden richting Nederland moeilijk zal zijn te voorkomen. Zo doet zich bijvoorbeeld het merkwaardige feit voor dat in Vlaanderen raskruisingen bij wet verboden zijn terwijl ze in Nederland juist worden vereist om nog te kunnen fokken.

Moet de Raad van Beheer dan niet eens het initiatief nemen Europees te gaan?

De Nederlandse rashondenfokkerij en de Raad van Beheer dienen niet dezelfde fout te maken door te gaan zoeken naar een lokale, Nederlandse oplossing als alternatief voor de handhavingscriteria. Immers in Nederland zijn rassen die in zijn geheel afhankelijk zijn van het buitenland om zelfs voort te kunnen bestaan. Ook om de genetische diversiteit binnen een ras te kunnen verbeteren is veel buitenland noodzakelijk. En Nederland als rashondenland is slechts een zeer kleine speler in Europa en eigenlijk totaal afhankelijk van het buitenland. Nederland kent immers overwegend (meer dan 77%) broodfokhonden, look-a-likes en kruisingen.

De rashondenfokkerij is veelal ook een internationale aangelegenheid. Het is een gemeenschap waarin men elkaar kent over vele grenzen heen. En juist daarom moet en kan de rashondenverbetering Europees en breed opgepakt worden, dat tenminste indien men er open voor staat.

Gezien het feit dat de FCI zoals bij de opstelling van haar publicatie betreffende Brachycephale rashonden heeft laten blijken aanpak van rasverbetering niet echt naar zich toe te willen trekken dient dit op een lager niveau aangezwengeld te worden. Vanuit de Raad van Beheer bijvoorbeeld. Immers het rashondenprobleem beperkt zich niet tot de BOAS test van Cambridge bij 3 kortsnuitrassen echter gaat veel verder. Zelfs de Britse Kennel Club is deze mening toegedaan zoals ze hebben laten blijken met een riante subsidiering van het wetenschappelijk onderzoek naar eventuele gezondheidsproblemen in 13 andere brachycephale rassen waarbij niet alleen BOAS onderzocht wordt maar waar men veel verder wenst te gaan. Ook in via de Vlaamse fokkerijcommissie wil men bij onze zuiderburen een werkwijze opstarten om gezondere rashonden te bewerkstelligen.

Hoe kun je hier als Raad van Beheer op inspelen? Een aantal ideeën/suggesties:

1 – Ga eens aan tafel zitten met de kennel clubs van landen als bijvoorbeeld Groot Brittannië, de Scandinavische landen, de Benelux, Frankrijk en Duitsland om af te tasten of andere landen ook de noodzaak zien van een meer Europese aanpak die gedragen wordt door verschillende kennelclubs tezamen. En die de zin in willen zien van een aanpak die verder gaat dan ‘Patella’. Uiteraard als een basis is gelegd met deze landen kunnen andere landen zich bij dit overleg aansluiten. Maak er een groeimodel van maar begin niet te groot en begin zo veel mogelijk met enigszins gelijk denkenden die open staan voor verandering op basis van wetenschappelijke kennis.

2 – Gezien het feit dat de FCI zich niet op werpt als een organisatie die dat bijvoorbeeld op Europees gebied wenst aan te pakken dienen de kennelclubs van landen waar de druk op wetgeving hoog is dit zelf op te pakken.

3 – Ga eens aan tafel zitten met bijvoorbeeld Dogswellnet om te kijken of er een intensievere samenwerkingsmogelijkheid is om kennis betreffende de gezondheid van rashonden te delen en uit te wisselen tussen de verschillende landen en deze kennis misschien zelfs te laten aansluiten op elkaar en te synchroniseren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Agria verzekeringsgegevens uit de verschillende landen en de verschillende wetenschappelijke onderzoeken.

4 – Maak eens met deze kennelclubs tezamen een lijst van rassen die extra aandacht nodig hebben en dat zonder de kop in het zand te steken. Definieer die extra aandacht. Erfelijke ziektes, rasdiversiteit etc. Er is veel informatie maar ook hier dient deze gesynchroniseerd en uitgewisseld te worden.

5 – Definieer ook eens duidelijke uitgangspunten van wat we acceptabel vinden en wat niet. Welke incidentie van erfelijke ziektes, welke aantasting van levenskwaliteit etc. Immers we willen de uitkomsten ook ergens aan kunnen spiegelen.

6 – Definieer eens met zijn allen tezamen in de rassen, waarvan de rasstandaard in een van de participerende landen ligt, welke gezondheidscriteria reeds in de rasstandaard aanwezig zijn direct of indirect. Bijvoorbeeld de open neusgaten (32% van het BOAS probleem). Staan die omschreven in de rasstandaard maak er dan ook eens een uitsluitingscriterium van bij shows. Geen neusgaten , geen prijzen! Maak ook eens duidelijk met zijn allen wat mogelijk gewijzigd kan worden aan de rasstandaard zonder de integriteit van de rashond onacceptabel aan te tasten om gezondheid te verbeteren. Is een open neusgat bijvoorbeeld te veel gevraagd bij brachycephale rassen? Hoe kan misschien wel een kleine wijziging in de rasstandaard bijdragen aan het welzijn van de rashond?

7 – Stem met deze landen onderling gezondheidstesten op elkaar af zodat ze probleemloos uitwisselbaar zijn tussen de landen en geaccepteerd kunnen worden in alle landen.

8 – De genetische diversiteit, mean kinship. Hoe wordt deze eenduidig bepaald, waar zijn we het met zijn allen over eens? Wat is acceptabel?

9 – Dienen de rasverenigingen niet de benodigde gezondheidstesten te bepalen en te eisen van de fokkers betreffende de ouderhonden alvorens de foktoelating wordt verleend? Hoe kan het dilemma doorbroken worden van het gebruik maken van de ongeteste buitenlandse reu? Dit gebruik is voorwaardelijk voor kleine populaties. Stambomen dienen desondanks te worden verleend. Hoe kan dit dilemma opgelost worden?

10- Een Europese samenwerking kan een splitsing tussen landen voorkomen die wel en die niet de wetten opgelegd krijgen en dat voor het ene ras wel en het andere niet. Een meer eenduidige aanpak is wenselijk. Kunnen misschien zelfs de ministers van de verschillende landen hierin betrokken worden zodat ook zij op een lijn kunnen komen?

Is dit niet de weg die bewandeld zou moeten worden om de Nederlandse Handhavingscriteria om te zetten naar redelijke en uitvoerbare regelgeving die synchroon loopt tussen de verschillende landen en gebaseerd zijn op afspraken tussen de kennelclubs in de verschillende landen? Met een samenwerking van Kennel Clubs staat men gewoonweg sterker richting wetgever.

Er worden hier maar slechts een aantal punten gesuggereerd die op de agenda voor een internationale samenwerking tussen kennel clubs zouden kunnen staan. Echter de essentie is punt 1; is er de behoefte bij de Kennel clubs om zich proactief op te stellen en zelf actie te ondernemen de gezondheid te verbeteren of laten de verschillende kennelclubs liever de onontkoombare zondvloed van veelal halfbakken wet- en regelgeving lijdzaam over zich heen komen?

Stichting Ras en Recht

Edwin Meyer Viol

De Raad van Beheer, doormodderen of internationaliseren?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *