This post is also available in: English (Engels)

2 augustus 2021

Alle kennelclubs alsook de Raad van Beheer en de FCI overtreden de anti-kartelwet door het principe dat de stambomen van andere organisaties niet geaccepteerd worden. De stambomen van andere organisaties dienen volgens de anti-kartelwet, als ze aan dezelfde voorwaarden voldoen, geaccepteerd te worden door de nationale kennelclubs. Kortom als wettelijk meerdere stamboomorganisaties per land moeten mogelijk zijn, zijn dan niet ook meerdere (al dan niet FCI) kennelclubs per land mogelijk?

De Duitse kennelclub VDH heeft een schadepost van € 500.000 aan hun broek hangen door overtreding van de Europese anti-kartelwet. Een wet die door alle andere Europese FCI kennelclubs ook wordt overtreden. Dit is zichtbaar geworden door een uitspraak van het Oberlandesgericht in Düsseldorf op 8 juli j.l. (link naar uitspraak is bijgevoegd). Hopelijk hebben de bestuurders van de Kennelclubs een goede bestuursaansprakelijkheidsverzekering want in het hoger beroep zijn paragrafen in de statuten van de FCI en VDH zelfs nietig verklaard door de strijdigheid met de Europese anti-kartelwet.

Deze zaak is aangezwengeld en gewonnen door de Duitse SV (Schäferhund Verein) als initiatiefnemer van de WUSV (Wereldunie van clubs voor Duitse herdershonden). DE WUSV heeft 95 aangesloten clubs in 89 landen waarvan 60 clubs vertegenwoordigd worden door landelijke bij de FCI aangesloten kennelclubs. Echter 35 clubs hielden ook stambomen bij door niet bij de FCI aangesloten kennelclubs. Hierover was met de VDH en de FCI een overeenkomst afgesloten die in 2018 eenzijdig is opgezegd door de VDH. Een aanvraag voor een voorlopige voorziening (soort kort geding/snelle uitspraak) bij de kantonrechter te Dortmund van de VDH om de SV te verbieden stambomen van niet-FCI organisaties te accepteren werd door de rechter verworpen met als argument dat de VDH in strijd handelde met de Europese anti-kartelwet. De VDH ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het Oberlandesgericht in Düsseldorf echter bevestigde de uitspraak van de kantonrechter en ging zelfs nog een stuk verder.

Een nietig verklaring betekent dat men moet handelen alsof deze paragrafen niet bestaan of zelfs nooit hebben bestaan. Het feit dat de kennelclubs stambomen niet accepteren van andere organisaties dan die bij de FCI aangesloten zijn, ook al voldoen ze aan dezelfde uitgangspunten en regels, acht de rechter onacceptabel en in strijd met artikel 102 (zie toelichting onder tekst). Door de machts- en monopoliepositie van de kennelclubs was dit voor de rechtbank onaanvaardbaar. Hoger beroep is niet meer mogelijk en dus is het oordeel definitief. Gezien het feit dat het Europese regelgeving is heeft het Duitse Oberlandesgericht zowel de VDH als de FCI verplicht de statuten op korte termijn aan te passen op straffe van hoge boetes. Ook de kennelclubs van andere landen zullen hun statuten in navolging van de FCI dienen aan te passen willen ze niet dezelfde rechtszaak aan hun broek krijgen.

Een bepalende vaststelling door het gerecht was dat zowel de FCI als de landelijke kennelclubs als de rasverenigingen in het kader van de kartelwet gezien worden als ‘ondernemingen’. Deze houden zich immers bezig met het bevorderen en verspreiden van hun hondenras, fokrichtlijnen op stellen, bekendheid hieraan geven alsmede een internationaal erkend stamboek bijhouden. Evenementen organiseren en er aan deelnemen, clubshows organiseren etc. De diensten, waaronder het stamboek en de op basis daarvan afgegeven certificaten betreffende afstamming, houden ook de toekenning van geldelijke voordelen in. Kortom de waarde van een FCI stamboomrashond stijgt. Het is hierbij irrelevant dat de leden particulieren zijn en/of  zich al dan niet bezig houden met fokkerij en handel op commerciële basis.

Dit vonnis stelt veel uitgangspunten in de statuten van de kennelclubs ter discussie. De eerste en belangrijkste misschien is wel dat er meerdere stamboomboekhoudingen per land mogelijk moeten zijn.  De kennelclubs verliezen hun monopolie hierop en moeten nu verplicht de stambomen van andere organisaties accepteren als ze aan dezelfde inhoudelijke voorwaarden voldoen. Uiteraard mogen ze het FCI stempel niet dragen maar mogen ze wel de tekst bevatten dat de stambomen voldoen aan de eisen van de FCI/landelijke kennelclub. Daarmee zijn ze gelijkwaardig en moet een rashond ook overgeschreven kunnen worden van zo’n niet-FCI-stamboek naar een FCI-stamboek.

Grote vraag uiteraard die op eenieders lippen brand is of de hondenshows nu vallende onder de landelijke kennelclubs, ook toegankelijk moeten zijn voor rashonden met een niet-FCI stamboom?  

Een volgende vraag die op komt is of rasverenigingen die aangesloten zijn bij de nationale kennelclub nu ook hun eigen stambomen kunnen gaan registreren en of de kennelclubs hier iets tegen in het verweer kunnen brengen zonder de antikartelwet te overtreden?

De laatste vraag uiteraard is of het landbeginsel van de stamboomregistratie hiermee doorbroken is. Kan een in Nederland verblijvende rashond, ingeschreven worden in een stamboek in een ander EU land?  Dit opent namelijk de mogelijkheid voor stamboeken per ras en dat supranationaal.

Allen brandende vragen.

Kortom deze gerechtelijk uitspraak zal nog veel gevolgen hebben voor de gehele door de kennelclubs gedomineerde kynologische wereld met als belangrijkste dat de monopolie positie van de nationale kennelclubs gaat verdwijnen en ‘concurrentie’ mogelijk moet zijn.

Stichting Ras en Recht

Edwin Meyer Viol

Bijgevoegd de uitspraak van het Oberlandesgericht in Düsseldorf op 8 juli 2021

https://www.wusv.org/fileadmin/Documents/News/210708_Urteil_OLG_.pdf

Bijgevoegd persbericht WUSV

https://www.wusv.org/fileadmin/Documents/News/WUSV_Pressemitteilung_Entscheidung_Oberlandesgericht_072021_E.pdf

uit Wikipedia:

‘Artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (voorheen artikel 82 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap)[1] heeft tot doel te voorkomen dat ondernemingen met een machtspositie op een markt misbruik maken van die positie. De belangrijkste rol ervan is de regulering van monopolies, die de mededinging in de particuliere sector beperken en slechtere resultaten opleveren voor de consument en de samenleving. Het is, na artikel 101, de tweede sleutelbepaling in het VWEU-mededingingsrecht. De tekst van artikel 102 bepaalt het volgende,

Onverenigbaar met de interne markt en verboden, voor zover de handel tussen lidstaten daardoor ongunstig kan worden beïnvloed, is het, dat een of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de interne markt of op een wezenlijk deel daarvan”.

Een dergelijk misbruik kan met name bestaan in:

(a) het rechtstreeks of zijdelings opleggen van onbillijke aan- of verkoopprijzen of van andere onbillijke contractuele voorwaarden;

(b) het beperken van de productie, de afzet of de technische ontwikkeling ten nadele van de verbruikers

(c) het toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige transacties met andere handelspartners, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging

(d) het feit dat het sluiten van overeenkomsten afhankelijk wordt gesteld van het aanvaarden door de handelspartners van bijkomende prestaties, welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten’

Ter verduidelijking:

Het alleenrecht van één FCI stamboek door de kennelclub per land is een bijkomende prestatie en houdt geen verband met de verwachte prestaties of het onderwerp van de overeenkomst namelijk het uitgeven van stambomen. Kortom een organisatie die stamboeken bijhoudt die aan dezelfde eisen voldoet als de FCI stamboom moet geaccepteerd worden door de kennelclubs en rasclubs.

Raad van Beheer ook in strijd met anti-kartelwet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *